De Moedawana legt een precieze volgorde van voorrang vast voor de toewijzing van de opvang van kinderen, die de islamitische opvatting van het gezin weerspiegelt en tegelijk moderne aanpassingen integreert. Artikel 171 bepaalt die volgorde als volgt: eerst de moeder, dan de vader, dan de grootmoeder langs moederszijde. Zijn die drie eersten onmogelijk in staat of onbekwaam, dan wijst de rechtbank de opvang, in functie van het hoger belang van het kind, toe aan een van de naaste verwanten die daartoe het meest geschikt is. De rechtbank houdt dan rekening met de materiële en morele omstandigheden van de voorgestelde persoon, zijn band met het kind en zijn opvoedkundige capaciteit.
Belangrijk is dat de Moedawana van 2004 een aanzienlijke verandering heeft doorgevoerd tegenover het vroegere recht. Onder de oude Moedawana van 1957 plaatste de volgorde de grootmoeder langs moederszijde vóór de vader. Door de vader in 2004 onmiddellijk na de moeder en vóór de grootmoeder te plaatsen, heeft de hervorming een evenwichtiger ouderlijke rol erkend, met behoud van de voorrang van de moeder inzake opvang. Die wetgevende keuze werd onthaald als vooruitgang naar ouderlijke gelijkheid, al vonden sommige commentatoren dat zij niet ver genoeg gaat.
Tijdens het huwelijk wordt de hadana door beide ouders samen uitgeoefend (artikel 164). Pas bij ontbinding van het huwelijk (echtscheiding, khol, overlijden) treedt de volgorde van voorrang in werking. Scheiden de ouders, dan wordt de opvang bij voorrang aan de moeder toegewezen, op voorwaarde dat zij aan de wettelijke voorwaarden van artikel 173 voldoet. Kan de moeder de opvang niet waarnemen (onbekwaamheid, ziekte, afstand), dan gaat het recht over op de vader en vervolgens op de grootmoeder langs moederszijde. De rechtbank kan van die volgorde afwijken wanneer het belang van het kind dat vereist, mits zij haar beslissing motiveert.
Ook de opvang bij overlijden van een van de ouders wordt door de Moedawana behandeld. Artikel 171 bepaalt dat de opvang toekomt aan de overlevende ouder. Voldoet die ouder niet aan de voorwaarden voor de opvang, dan wijst de rechtbank ze toe volgens de vastgestelde volgorde van voorrang. In de praktijk ontstaan vaak geschillen tussen de overlevende ouder en de familie van de overleden ouder, in het bijzonder de grootouders, wat vaak de tussenkomst van de familierechter vergt.